Een beoordeling van slotenmaker Roeselare

Tenslotte vermeld ik nog bij een bewoners van welke nabijheid Jans Aryensz, ‘den jongen hout’. Ofwel hij die bijnaam, later mogelijk geslachtsnaam geworden, met zijn onbeschaamdheid, vervolgens immers met een uitdrukking aangaande bestaan tronie ofwel gelaat te danken had, kan je ook niet beslissen.

Welke woonhuis heette ‘Indt Witte Paert’ en  vlak ook ‘Inde 3 Clockgens’ was de webwinkel over Doe Romboutsz, lakenkoper. (Dat onze hedendaagse ‘marchants-tailleurs’ geen combinatie met bedrijf van een nieuwere tijd vertegenwoordigen, bleek mijzelf onlangs uit dit oudste doopregister betreffende een Waalse Kerk alhier waarin, op het jaar 1625 of daaromtrent, een Fransman belemmerd welke dat dubbel beroep uitoefent.)

G’, verder was ‘brouwer in een Roscam tot Delft’”. Daarmee is ontegenzeggelijk bewezen het Jan Steen te Delft heeft gewoond en kan zijn daar brouwer geweest, maar niet in dit Truweel zoals de legende weet te verhalen.

In 1620 woonde daar Jacques Louwijsz, vermoedelijk een zoon met Louwijs Hermansz, de brandewijnstoker zuidelijker op gelijke gracht, welke dit beurs over zijn pappa voort­zette. Of een brandewijnketel vanwege mout- en brandewijn ­maken allebei de geschikt is, beseft je niet, doch Jacques Louwijsz vond daar ons toentertijd deze Jacob Harmansz in bestaan thuis opvolgde.

IS … dit toegestaan dat dát College zonder bekende, wederhoor en reflectie kan beslissen over andermans eigendom en cultureel juist met dit volk aangaande Nederland én erbuiten?

Aan de zuidzijde met de Nieuwe Langedijk, van een stadswal gerekend, stond de appartement aangaande mr. Johan Schrevel ('een schrale' of magere.), die 8 November 1593 tot pestmeester was benoemd of ‘aenghenomen’, blijkens een aantekening in dit 2e Memoriael met Burgemeesteren.

Antwoorden Alle superlatieven met zowel bekende, wanneer minder welbekende Nederlanders zijn met toepassing op een voortzetting betreffende dit Rob Scholte museum. Ik hoop het er website nu bijzonder snel een concrete beslissing wordt genomen vanwege die omvangrijke post-modernistische schilder, die tot ver aan onze landsgrenzen geprezen is en faam geniet. Den Helder mag trots bestaan het Rob deze stad heeft uitgekozen teneinde zijn museum te uitvoeren.

En we roepen u ingeval Gemeentebestuur aangaande Den Helder op teneinde een einde te vervaardigen aan deze beschamende conditie en dit Rob Scholte Museum toch nog compleet te steunen en de op 9 december vastgelegde afspraken, buiten nieuwe voorwaarden, na te aankomen.

Vreemd mag het schijnen dat daar maar één ‘waert’ onder was. Op de Waterslootse poort woonde Grietje Gijsbrechtsdr, welke zei ‘huyre aangaande een stadt’ te beschikken over en uiteraard was vrijgesteld aangaande haardstedegeld.

Op een hoek met een Verwersdijk en de noordzijde over het Rietveld woonde de schilder Jacob Willemsz. Delff, welke onder meer dit ‘rot’ schutters ‘conterfeitte’, dat thans (in 1882)

Vlak naast hem woonde een deurwaarder, die, blijkens een aangifte, uitgezonderd bestaan ambt, dit festival van pannenbakker uitoefende Deze had daartoe in zijn woonhuis een oven ingericht. Later zou hier een plateelbakkerij geraken gevestigd.

Bovenstaand deel met de Antieke Delft behoorde tot het 15e kwartier of ‘block’ over een stad, dat in bestaan grenzen ons beduidend gedeelte der toenmalige Delftse aristocratie ofwel patri­cische families bevat hield. Over een destijds bloeiende geslachten bestaat daar thans zowat geen enig verdere.

Verder daar waren vele brouwerijen te vinden. Op een enkele uitzondering na, werkten ze allen met twee ketels en twee eesten, ook vanwege eigen toepassing wanneer voor een dorstige stadgenoot, de talrijke biertappers en allen in en behalve een Republiek welke het daar gebrouwen ‘oud Delfsch’, ‘Moselaer’, ‘Israël’ ofwel ‘Pharao’ op verkoopprijs stelden. In dit register vind je [met de Drie Akerstraat naar het noorden lopend]

Met een noordzijde met de Oude Kerk woonden, over oost tot west, vooreerst 2 personen, welke hun functiën daar te verrichten hadden en om die aanleiding vermoedelijk in de nabijheid der kerk verblijf hielden; ik bedoel mr. Cornelis Schoonhoven welke, luidens het register, ,,mits organist woont in een huysinge vande Oude Kerck teneinde Niet”, enigszins mits bestaan buur Jan Engelsz ‘graef­maecker’, die een huisje, toekomende een Oude Kerk, kosteloos bewoonde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *